Trainen

Het donker vliegen is in het begin even zeer lastig, maar als ze het eenmaal kunnen dan komen ze altijd, ook al wordt het 01.00 uur. Ik doe dit dus met “methode De Jong”. Ik zie er altijd weer als een berg tegenop, maar achteraf bekeken gaat het in een vloek en zucht, eigenlijk vanzelf.

Bij de start van het seizoen vlieg ik om de dag met ze, de enige manier om het donkervliegen er in te slijpen. Zeg maar rustig, er in te rammen. Of het nu aan het voer lag (ik voer de plus lijn van Versele-laga) of aan het materiaal wat ik dit jaar had, dat weet ik niet. Maar een gegeven moment toen ik tegen de vierde oude dierenwedstrijd aan begon te vliegen, moest ik ze ik ze om 11.00/12.00 uur los en dan landen ze tussen 22.30 uur en 00.30 uur. Niet naar beneden te krijgen en dan voer ik een filmkokertje de duif. Dit kokertje bestaat uit 75 % zuivering van Versele-laga plus en 25 % Mariman junioren zonder mais. Alle duiven heb ik individueel opgebokst. Begonnen met 34 (vierendertig stuks, echt waar) had ik uiteraard meer selectie mogelijkheden dan men gemiddeld zo heeft. De week voor de derde oude dierenwedstrijd was ik naar Turkije geweest en had ik ze noodgedwongen 11 dagen opgebokst. Een paar gingen de nacht in en een enkele ging zitten. Dat gaf al een goed beeld wat betreft betrouwbaarheid naar de vierde oude dierenwedstrijd toe. Inmiddels waren het er 14 geworden.

Na deze laatste wedstrijd had ik 8 stuks geselecteerd om mee door te gaan. In de reserve groep zit nog een duivin (4627) zonder rem erop, die heeft dan bij mij een zwart ringetje om. Is deze binnen dan kan het licht uit. Maar bij de tweede oude dierenwedstrijd liet ze me zitten, daar durf ik het dit jaar even niet meer mee. Volgend jaar is ze beter opgeleid.

Tegen de Long-Day aan begin ik met maar twee keer in de week los. Ik probeer dan op de woensdag en zaterdag met ze te trainen. De woensdag in de week voor de rustweek van Long-Day kon ik niet vliegen omdat wij, na de eindexamenuitslag van mijn jongste zoon Max (6 Ath.), dit heugelijke feit culinair elders hebben gevierd.

Hij is misschien volgend jaar uit huis gezien zijn studie. Dit terwijl hij altijd voor mijn duiven zorgt als ik er niet ben. Nu even niet aan denken.

De donderdag om 11.00 uur eruit en het stel landen tussen 23.30 en 24.30 uur. Minder leuk soms want de wekker gaat onverbiddelijk om 06.45 uur. Omdat ik het nachtbraken een beetje beu begon te worden heb ik ze de zaterdag (met maar 1 rustdag dus) om 12.00 uur losgelaten. Dat was achteraf niet slim, of juist wel? Toen ik om 22.00 uur buiten was, vlogen ze wel erg laag en zochten contact met mij. Even naar binnen, overtuigd dat ik was dat ze wel weer tot 24.00 uur zouden doorvliegen. Niet dus, om 22.30 zitten er 2 op het dak. Dat was me nog nooit overkomen, want ik roep ze in de training altijd ruim op tijd, immers een training moet geen wedstrijd zijn (beroemde uitspraak Wim Spelt) . Maar goed, snel lokkers eruit want de rest zat er zichtbaar doorheen. De 2 van het dak en 2 uit de klit van 6 landen als een baksteen. Daar zat dus wel even mijn oude en beoogde team bij voor de aankomende Long-Day. En toen werd ik gedwongen, door omstandigheden, het dan maar over een hele andere boeg te gooien. “Hij die bang is om te verliezen zal ook nooit winnen” en “niet op doel geschoten is altijd mis” (Johan Cruyff) en zegt Hidde niet altijd dat je het juist met jonge duiven Long-Day moet vliegen, “die zijn nog fris”. De andere 4 vliegen nog een kleine 20 minuten door en landen uiteindelijk lekker vlot. Bij dezen vier zat ook de 4631 een doffer uit de 4903 (is 20.12 uur in 2002) die in het reserve team op de zondag na de vierde oude dierenwedstrijd in zijn eentje 20.00 uur vloog. Zo ook een prachtige gele witpen de 4618 die ook uit de 4903 komt. Deze 4903 is gepaard aan een volle zus van de 8413 en 8444 de 8445.