De vliegtippler is een echte lange duur vlieger. (Herman van den Broek, 2009)

Het uitmuntende vliegras De Vliegtippler, zoals wij die kennen, is ontstaan in Engeland ongeveer rond 1840, dus bijna 170 jaar geleden en wel door de liefhebbers van het lang vliegen. Deze Engelse fokkers paarden steeds de minst achterover slaande goed vliegende inheemse tuimelaars met elkaar, om zo het veel energie verbruikende tuimelen langzaam maar zeker weg te fokken, om op deze wijze een steeds langer vliegende duif te krijgen. Omdat de lang vliegende duiven toch nog wel eens een wel of niet geslaagde overslag maakten, kreeg dit nieuwe ras de naam The Flying Tippler. De Birmingham roller echter is precies de andere kant op gefokt, dus om het tuimelen in het rollen te veranderen. Later zijn er nog andere vliegrassen in de langvlieger ingefokt, om ze zo nog langer te laten vliegen, o.a. door het in kruisen van de Franse Cumulet Tuimelaars, die toen al goed lang vlogen.

West_of_England_High_flying_Tumblers_July_1908

Daar er in die jaren weinig mogelijkheden waren om zich van de ene stad naar de andere te verplaatsen, ontstonden er onafhankelijk van elkaar verscheidene vliegtippler types, de Sheffield Tippler, de Birmingham Tippler, de Macclesfield Tippler en de Manchester Tippler, deze laatste was speciaal gekweekt voor het hoogvliegen. Ook was er de Leicester Tippler en niet te vergeten de Lincoln Crazy.

Na de tweede wereld oorlog konden de vaak arme duivenfokkers zich beter verplaatsen en zo werden alle hoofdtypes door elkaar gekruist. Je kunt dus niet meer spreken van Sheffields of Manchesters etc, maar door onwetendheid worden in Nederland deze namen nog steeds gebruikt, terwijl in Engeland alleen nog de naam van de fokkers genoemd worden, hoewel ook de Merediths, Hughes, Bodens, Lovatts etc. niet meer lijken op die van de jaren zestig, maar ze hebben toch wel nagenoeg hun vliegstijl behouden.

Tijdens de jaren zestig was het al reeds moeilijk om de toen nog diverse types uit elkaar te houden, dit kan ik me nog goed herinneren.

De vliegtippler kan bij het uitwennen zeer hoog vliegen en soms wel boven de 600 meter hoogte, echter bij 600 meter hoogte zijn ze voor het blote oog onzichtbaar geworden. Dit onzichtbaar hoog vliegen doen de meeste stammen echter niet lang. Later blijven ze meestal wel in zicht zoals moet. Ook de overjarige dieren gaan hoog en dan weer lager. Het hangt af van de windsterkte, de thermiek etc. Echter zonder wind vliegt een vliegtippler niet lang en ook temperaturen boven de 28 ºC zijn funest, daar ze dan beginnen te zweten en dus vochtverlies krijgen.

De vliegwedstrijdregel, dat ze de eerste twee uur uit zicht mogen zijn, is ingesteld omdat de vliegtipplers na de start soms wel twee uur hoog buiten zicht kunnen zijn. Echter vliegtipplers die na de start gewoon bijna twee uur uit zicht zijn, zitten lekker ergens (waar één of meer tipplers tijdens het uitwennen of later zijn gaan zitten) zonder dat de fokker het weet. Dit doen ze gegarandeerd weer, één maal een fout gemaakt en volgens mij zijn ze dan echt niet meer te vertrouwen als wedstrijdvlieger.

Een echte vliegtippler kan bij een goede training en een goed samengesteld afgepast voer zeker 12 à 15 uur vliegen.

Het is een prachtige sport voor die liefhebbers die graag genieten van het echte langvliegen, soms hoog zwevend op de thermiek, dan plotseling weer veel lager. Echter bij slecht weer en harde wind of zelfs bij stormachtig weer vliegen ze weer heel laag en zwoegen ze zo de hele dag door, tot de eigenaar er een einde aan maakt.

We zien dus dat de vliegtippler een sterke krachtige langeduur vlieger is en dus niet bij de echte hoogvliegers thuis hoort, zoals wel eens wordt beweerd.

 

H.G.van den Broek, 2009