Kweken

Kweekprincipes

Als startsituatie in de kweek is het belangrijk om vast te stellen wat je wilt en hoe je dat wil en kan bereiken. Voor ons als duivenkwekers kun je de volgende doelstellingen noemen;

1. Het kweken van een topduif op de vluchten.
2. Het kweken van een topper op de tentoonstelling.
 
3. Het kweken van een topduif op beide disciplines.

Uiteraard zijn deze punten verder uit te splitsen, maar we letten nu op de hoofdlijnen.
Laten we vaststellen dat in de postduivenliefhebberij de meeste melkers gaan voor 1. Nummer 2 vinden we leuk en nummer 3 blijkt een moeilijke opgave te zijn. Waarom is dit zo?
Het antwoord leert de praktijk. Het kweken van een duif die op de vluchten excelleert, is al zo’n ontzettend zwaar karwei, dat veel goede liefhebbers stellen; het kweken van een goede duif is nog te doen, maar een super….!!!!, dat is puur geluk! Om die reden stellen velen hun koppels samen op basis van goed x goed.
Anderen stellen; je weet toch niet waar ze uitkomen, dus laat ze het zelf maar uitzoeken.

Hoe komt het dat het kweken van een mooie duif zoveel eenvoudiger is dan het kweken van een goede duif?

Daarvoor is het goed om een kijkje te nemen bij fokkers die dieren kweken voor hun postuur (Sierduiven, vogels, krielkippen, rashonden enz.) Waar letten zij op en kunnen wij er wat van leren! Laten we wat punten noemen.

  • Uitgangsdieren die de standaard zo dicht mogelijk benaderen.
  • Dieren uit een familie waarin de goede eigenschappen al generaties aanwezig zijn.
  • Dieren uit een familie waaruit al meerdere kampioenen zijn voortgekomen.

Uiterlijke eigenschappen;

Stel je start met postuurkanaries die aan deze voorwaarden voldoen. Het zal ieder duidelijk zijn dat we hiervan veel meer kunnen verwachten dan zomaar te starten met wat bij elkaar gekochte vogels zonder stamboom, die zo op het oog wel aardig tonen. Hoe kan dat?
Vogels die puur toevallig (een gelukkige speling van de erfelijkheid) mooi tonen, hebben dit in bijna alle gevallen niet geconcentreerd in zich. Koppel je zo’n exemplaar aan een ander, die al op dezelfde wijze is gefokt, dan zal het duidelijk zijn dat een super nakweek wel van heel veel geluk afhankelijk is. Laat het wel duidelijk zijn dat dan nog de kans veel groter is, dan uit te gaan van twee middelmatige vogels!!
Het grote voordeel bij fokken op uiterlijk is dat je vrij snel kunt vaststellen of het jong voldoet aan de norm. Een kanarie door de eerste rui heen, zal zich daarna niet meer echt verbeteren.

Innerlijke eigenschapppen

e weten dat het bij prestatiedieren het over het algemeen veel langer duurt, voordat we iets over de resultaten kunnen zeggen. Hoe vaak gebeurt het niet dat jongen die de stukken eraf vlogen er als jaarling er niets van terecht brachten. Of andersom dat er als jong niet werd gepresteerd, terwijl er als jaarling vanaf een bepaald moment er geen maat meer op was. Wat maakt het kweken van prestatiedieren moeilijker??

  • Het einddoel is niet meteen zichtbaar.
  • De normen zijn veel zwaarder.
  • Het deelnemersveld is veel groter.
  • De omstandigheden zijn wisselend (het weer, de wind enz.).

Hoe nu verder?

Vast te stellen is dat de vererving bij postduiven geen eenvoudig verhaal is.

Je zult je dus moeten verdiepen in de gegevens die inmiddels bekend zijn over erfelijkheid en de laatste ontwikkelingen die er zijn op dit terrein.
Met name het laatste is erg belangrijk. Alhoewel de kennis van de erfelijkheid enorm is toegenomen sinds de experimenten van Mendel, is de wereld van de genetica op celniveau ontzaglijk ingewikkeld. Verklein de enorme productie- hallen van Philips met hun geautomatiseerde processen miljoenen malen en we benaderen 1 cel. Hiervan bezitten we er 100den miljarden, elk met hun eigen functie en blauwdruk. Alles speelt zich af op onvoorstelbaar microniveau.

Van veel processen bestaat nog geen flauw vermoeden hoe en waartoe ze dienen. Daardoor moeten we terughoudend zijn in het trekken van conclusies, waarvan wetenschappelijk nog niets is vastgesteld.

Voor de wetenschap geldt; een vaststelling/bewijs moet meetbaar enherhaalbaar zijn.

We weten dat voor het fokken van witte postduiven het uitgangspunt vaal moet zijn in combinatie met schimmel.
Om een schalie te fokken, moet de kleur er bij beide ouders in zitten. Choco precies hetzelfde. Postduivenrood is gelokaliseerd op het x chromosoom.

Spookverhalen;

Soms gaan verhalen een eigen leven leiden. Neem nu het verhaal van de vererving bij een kampioensduif. U heeft dit vast wel eens gehoord. Waarom komen er uit een superdoffer zoveel goede kleinzoons ter wereld?? Heel eenvoudig. De doffer staat zijn goede x chromosoom af aan zijn dochter. De dochter bezit een x en een y chromosoom. Het x chromosoom geeft ze aan haar zoon (daar hebben we het) en het (lege??)
y chromosoom aan haar dochter. Dus heeft kleindochter de kwaliteiten van superdoffer niet meer. We zijn de lijn kwijt.    

Forget it!!!!!!!!

Wat zijn de feiten:

  • De duif heeft 40 chromosomenparen. Het x chromosoom is daar slechts 1 van!! Theoretisch 2,5 %.
  • Van de eigenschappen van postduiven weten we alleen zeker dat de postduivenrode kleur op het geslachtschromosoom (x) ligt en verder weten we niets!! We kunnenhet hooguit denken/vermoeden en verder niet!!
  • Het x chromosoom is van de 40 chromosomen het 1 na grootste met zo’n 800 tot duizend genen (dragers van erfelijke eigenschappen).
  • Het y chromosoom is absoluut niet leeg, maar bevat 80 tot 150 genen. Dit is nog maar vanaf 15 jaar geleden ontdekt en vastgesteld. Daarmee is het wel een klein chromosoom, maar niet leeg!! Daarnaast kunnen deze genen 1000! X sneller muteren (aanpassen) dan de 10.000den genen op de andere 39 chromosomen. Bovendien zijn deze genen opgebouwd in de vorm van vele palindromen (ze kunnen tegengesteld gelezen worden, zoals wij de naam Onno tegengesteld kunnen lezen en toch weten welke naam dit is).
  • Het y chromosoom wordt in verband gebracht met de geslachtsbepaling en de vormgeving hiervan bij de nakomelingen.
  • Vervolgens zijn we er nog niet!!

Het mitochondrisch materiaal;

De 40 chromosomen waarop de 1000den genen (dragers van erfelijke eigenschappen) liggen. Bevinden zich op de kern van de cel. In het plasma daaromheen bevindt zich ook erfelijk materiaal. Dit worden de mitochondria genoemd. Interessant om te weten is;

  • Welke erfelijke eigenschappen staan in verband met deze mitochondria?
  • Hoe vererven deze mitochondria?

Voor zover nu bekend, kun je stellen dat alles wat te maken heeft met de energievoorziening voor de zg. “edele delen”; hart, longen, hersenen enz. door deze mitochondria worden bepaald.
De vererving hiervan verloopt uitsluitend via de moeder, zowel bij mensen, als bij duiven. Dit gaat als volgt; bij de bevruchting dringt de zaadcel de eicel binnen. De lange staart die de zaadcel aandrijft, breekt hierbij af en gaat verloren. Juist in de staart is het mitochondrisch materiaal van de doffer opgeslagen. Dit gaat geheel en al verloren. De duivin kan via haar intacte eicel het materiaal afgeven aan zowel haar zonen als haar dochters. Zo is een mitochondrische lijn vast te stellen via de moeder bij mensen (en duiven enz.) via de vrouw tot de allereerste moeder op aarde. In de wetenschap wordt deze moeder “Eva” genoemd. In de Bijbel trouwens ook. Proefondervindelijk is dus vastgesteld en wetenschappelijk aanvaard, dat alle vrouwen van 1 moeder afstammen. Dit via mitochondrisch materiaal van vrouwen uit alle delen van de wereld.
Bij mensen is dit via de vader ook vast te stellen via het (niet lege) y chromosoom wat bij mensen en zoogdieren bij de man is gelokaliseerd.

Deze kennis van de erfelijkheid wordt in de huidige strafrecht veelvuldig toegepast.

Samengevat;

Wat betekent dit nu voor de kweek van onze duiven;

  • Het y chromosoom is niet leeg! De waarde hiervan wordt steeds meer onderkent. De moeder geeft het x chromosoom aan haar zonen en het y chromosoom aan haar dochters. Het x chromosoom is groter, maar het y chromosoom  meer “flexibel en effectief” in werking.
  • Het mitochondrisch materiaal verloopt ononderbroken via moeder naar dochter. Vader kan dit niet aan zijn dochter geven. Dus let op het geweldige belang van een goede duivinnenlijn op het kweekhok (Dit werd o.a. al aangegeven door Theo Yskout en anderen).

  Ps.; aanvullingen zijn altijd welkom!